dinsdag 29 september 2009

God is een sadist, lees het maar na in de bijbel...

De bijbel is, daarvan zijn alle christenen overtuigd, het woord van hun god. Voor mij geldt dat niet, want voor mij is het slechts een heel oud sprookjesboek. Aangezien ik vandaag echter wil proberen de christenen een beetje aan het denken te zetten, ga ik nu heel even van hun 'waarheid' uit om aan te tonen dat hun god een sadist is, een eng wezen... Ik begin met het eind van hoofdstuk 1 en het begin van hoofdstuk 2 van het bijbelboek Genesis:

26. En God zeide: "Laat ons menschen maken, naar ons beeld, naar onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de visschen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de geheele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt." 27. En God schiep den mensch naar zijn beeld, naar het beeld Gods schiep Hij hen; man en vrouw schiep Hij ze. 28. En God zegende ze, en God zeide tot hen: "Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde en onderwerpt ze, en hebt heerschappij over de visschen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt." [...] 31. En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de zesde dag.

Hoofdstuk 2 - 1. Alzoo zijn volbracht de hemel en de aarde en al hun heir. 2. Als nu God op den zevenden dag volbracht had zijn werk dat Hij gemaakt had, heeft hij gerust op den zevenden dag van al zijn werk dat hij gemaakt had.

We zien hier dus dat god een paar dagen driftig aan het knutselen is geweest en uiteindelijk zichzelf nagemaakt heeft, naar zijn eigen beeld (!) en toen hij klaar was, zag hij dat het "zeer goed" was. Daaruit kun je afleiden dat de mens "zeer goed" op de goddelijke knutselaar leek. Omgekeerd kun je dus concluderen dat hij ook "zeer goed" op de mens, op de mensheid moet hebben geleken. Aangezien we intussen allemaal weten dat de mensheid een cynische, sadistische bende is, die er geen moeite mee heeft anderen uit te buiten, uit te moorden en op andere manieren te misbruiken, is er geen andere conclusie mogelijk dan dat god zelf ook een cynicus en een sadist is. Als immers zijn geknutsel mislukt was, zou hij immers niet hebben kunnen zien dat alles "zeer goed" was en dan had hij wel geprobeerd om zijn fouten nog wat recht te breien.

Niets van dat alles! Hij zag dat alles wat hij gemaakt had "zeer goed" was en ging op de zevende dag uitrusten - en vanaf dat moment heeft hij niets anders gedaan dan uitrusten en af en toe een of andere boodschapper uitsturen naar zijn uitverkoren volk. Zo geeft hij dat uitverkoren volk opdracht "... naar het land [te gaan] dat Ik Abraham, Isaäk en Jakob gezworen heb, zeggende: Uwen zade zal Ik het geven. 2. En Ik zal eenen Engel voor uw aangezicht zenden (en Ik zal uitdrijven de Kanaänieten, de Amorieten en de Hethieten en de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten)." (Exodus, 33: 1-2)

De wereld was voor hem dus niet meer dan een soort Sims, een computerspelletje, dat hij kon laten vechten en moorden, waarschijnlijk omdat hij zich kolossaal zat te vervelen.

Zijn sadistische karakter blijkt ook overduidelijk uit de manier waarop hij met zijn uitverkoren volk omgaat. Keer op keer wordt het het slachtoffer van misbruik, verstrooiing en moordpartijen (denk maar aan de diaspora, de verdrijving uit Spanje en Portugal in 1492 en de holocaust) en het wordt bedreigd. In modern taalgebruik zou het "uitverkoren volk" kunnen concluderen dat het met een dergelijke vriend geen vijand meer nodig heeft.
De staat Israel (die zich beschouwt als de hedendaagse versie van het "uitverkoren volk") voert de ene na de andere slachtpartij uit, zich baserend op de moorddadige instructies in hoofdstuk 7 van het bijbelboek Deuteronium:

1. Wanneer u de Heere, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaanieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij; 2. En de Heere, uw God, hen zal gegeven hebben voor uw aangezicht, dat gij ze slaat; zo zult gij hen ganselijk verbannen; gij zult geen verbond met hen maken, noch hun genadig zijn. 3. Gij zult u ook met hen niet vermaagschappen; gij zult uw dochters niet geven aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen. 4. Want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, dat zij andere goden zouden dienen; en de toorn des Heeren zou tegen ulieden ontsteken, en u haast verdelgen. 5. Maar alzo zult gij hun doen: hun altaren zult gij afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen zult gij afhouwen, en hun gesnedene beelden met vuur verbranden.6. Want gij zijt een heilig volk den Heere, uw God; u heeft de Heere, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op den aardbodem zijn. [...]
16. Gij zult dan al die volken verteren, die de Heere, uw God, u geven zal; uw oog zal hen niet verschonen, en gij zult hun goden niet dienen; want dat zoude u een strik zijn. 17. Zo gij in uw hart zeidet: Deze volken zijn meerder dan ik; hoe zou ik hen uit de bezitting kunnen verdrijven? 18. Vreest niet voor hen; gedenkt steeds, wat de Heere, uw God, aan Farao en aan alle Egyptenaren gedaan heeft; 19. De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, en de tekenen, en de wonderen, en de sterke hand, en den uitgestrekten arm, door welken u de Heere, uw God, heeft uitgevoerd; alzo zal de Heere, uw God, doen aan alle volken, voor
welker aangezicht gij vreest. 20. Daartoe zal de Heere, uw God, ook horzelen onder hen zenden; totdat zij omkomen, die overgebleven, en voor uw aangezicht verborgen zijn. 21. Ontzet u niet voor hunlieder aangezicht; want de Heere, uw God, is in het midden van u, een groot en vreselijk God. 22. En de Heere, uw God, zal deze volken voor uw aangezicht allengskens uitwerpen; haastelijk zult gij hen niet mogen te niet doen, opdat het wild des velds
niet tegen u vermenigvuldige. 23. En de Heere zal hen geven voor uw aangezicht, en Hij zal hen verschrikken met grote verschrikking, totdat zij verdelgd worden. 24. Ook zal Hij hun koningen in uw hand geven, dat gij hun naam van onder den hemel te niet doet; geen man zal voor uw aangezicht bestaan, totdat gij hen zult hebben verdelgd. 25. De gesneden beelden van hun goden zult gij met vuur verbranden; het zilver en goud, dat daaraan is, zult gij niet begeren, noch voor u nemen, opdat gij daardoor niet verstrikt wordt; want dat is den Heere, uw God, een gruwel. 26. Gij zult dan den gruwel in uw huis niet brengen, dat gij een ban zoudt worden, gelijk datzelve is; gij zult het ganselijk verfoeien, en ten enenmaal een gruwel
daarvan hebben, want het is een ban.

Het is duidelijk dat hun god (die ook de god van de christenen schijnt te zijn), daar allemaal geen bezwaar tegen heeft, want anders zou hij toch wel ingrijpen, zou je denken.

En dat is dan de god, de god van Balkenende en Benedictus XVI, van Bush en Berlusconi, en van talloze anderen, en die, zoals Hare Koninklijke Bea ons jaar na jaar voorhoudt, ons leven zou moeten leiden...

Het is maar goed dat hij niet bestaat, want je wilt er toch niet aan denken dat er werkelijk iets of iemand bestaat met een dergelijke verwrongen geest, die kruistochten en inquisitie goedkeurt, die er geen bezwaar tegen heeft dat de staat Israel met een beroep op zijn naam het Palestijnse volk uitmoordt (niet "
haastelijk [...], opdat het wild des velds niet tegen u vermenigvuldige")... en niets tegen doet tegen die wreedheden...

Geen opmerkingen: