Door de explosieve stijging van de inflatie komen meer
en meer mensen in de problemen. Zowel de inflatie als de kwetsbare
positie van grote groepen mensen hebben echter structurele oorzaken. Van
de regering, noch van werkgevers kan veel positiefs worden verwacht.
Door Jeroen van der Starre (27 april 2022)
De inflatie steeg in maart van dit jaar door naar maar liefst 9,7
procent. Dat brengt steeds meer mensen in grote problemen. Volgens de
Europese Centrale Bank volgt de historisch hoge inflatie slechts uit een
reeks toevalligheden en is het een kwestie van tijd voordat die weer
terugvalt. Daar is nogal wat op af te dingen. De inflatie begon op te
lopen als gevolg van de leveringsproblemen die door de covidcrisis
ontstonden. Daar kwam de blokkade van het Suezkanaal bovenop en nu de
oorlog in Oekraïne, die niet alleen de brandstofprijzen, maar ook de
voedselprijzen opstuwt. Daarnaast heeft de bitcoinbubble bijgedragen aan
de schaarste aan grondstoffen voor chips, omdat crypto miners massaal grafische kaarten opkopen. Die problemen zullen naar verwachting zeker nog tot in 2023 aanhouden.
Daarbij kun je je afvragen in hoeverre deze gebeurtenissen eigenlijk
toevallig zijn. De oplopende geopolitieke spanningen zijn een
structureel gegeven in de periode waarin we leven, net als het ontstaan
van nieuwe virussen en bijvoorbeeld misoogsten als gevolg van
klimaatverandering. Schaarste biedt bovendien kansen voor speculanten,
die de stijgende prijzen gretig aangrijpen, daarmee olie op het vuur
gooien en zich zo verrijken aan de maatschappelijke ellende.
Neoliberalisme
De stijgende kosten van levensonderhoud treffen de armsten altijd het
eerst en het hardst. De neoliberale politiek van de afgelopen decennia
heeft hen doelbewust kwetsbaar gemaakt. Dat heeft twee kanten. Enerzijds
heeft het neoliberale project op alle mogelijke manieren geprobeerd om
de zelfverrijking van grote bedrijven te stimuleren. Daardoor werd de
belastingdruk weggehaald bij bedrijven en vermogenden – die in Nederland
niet of nauwelijks belasting betalen – en eenzijdig bij werkenden
neergelegd. De rechten van werkenden werden afgeschaft of ingeperkt om
de winsten te verhogen. Publieke diensten werden geprivatiseerd zodat er
winst kon worden gemaakt. Ondertussen stegen de prijzen, zoals we op de
woningmarkt of in het openbaar vervoer zien.
Zaken die de armen of de gemeenschap ten goede kwamen, zoals publieke
zorg en een sociaal vangnet, moesten tot het minimum worden beperkt.
Dat leidt ertoe dat mensen met een uitkering permanent moeten
koorddansen om rond te komen en met het kleinste zuchtje wind omvallen.
En dat het hele zorgsysteem bijvoorbeeld onmiddellijk in de problemen
kwam bij de eerste de beste gezondheidscrisis.
Verdeel en heers
Ten tweede hebben neoliberale regeringen op allerlei vormen van
verdeel-en-heerspolitiek toegepast. Daar zijn eindeloos veel voorbeelden
van. Sociaal-economisch beschouwd hebben zij een belangenconflict
tussen huurders en kopers gecreëerd en mensen met een koopwoning een
belang in de steeds maar stijgende huizenprijzen gegeven. De
inkomstenbelasting is oneerlijker geworden en indirecte belastingen
zoals de btw zijn verhoogd, waardoor de belastingdruk niet alleen meer
bij werkenden kwam te liggen, maar ook disproportioneel bij mensen met
een laag inkomen werd neergelegd.
Daarnaast is een enorm terreurbewind opgetuigd. Bij de
Belastingdienst en bijvoorbeeld in de bijstand werd de jacht op
‘fraudeurs’ geopend. Werklozen werden in dwangarbeidtrajecten geplaatst
en moesten zich eindeloos verantwoorden, in de hoop dat dat tot
‘maatregelwaardige gedragingen’ en dus een korting op de uitkering
leidde. Het doel daarvan was disciplinering: mensen aan de onderkant van
de samenleving werden doelbewust in de ellende gebracht om als
angstbeeld voor de rest te dienen. De neoliberale staat moest niet
alleen zo goedkoop mogelijk zijn, maar ook actief optreden als wapen van
de grote bedrijven in de klassenstrijd. Dat leidde tot een permanente
oorlog tegen de armen. Het toeslagenschandaal heeft nog maar een topje
van de ijsberg blootgelegd.
Compensatie
Op deze manier hebben de neoliberale regeringen ervoor gezorgd dat
een grote groep mensen geen enkele reserve had (en ook niet mocht
hebben), waardoor zij onmiddellijk in de schulden komen als gevolg van
de inflatie. De reactie op die problemen is even typisch neoliberaal.
Echte compensatie wordt pas met het oog op 2023 bekeken. De allerarmsten
krijgen een beperkte tegemoetkoming voor de energiekosten. Daarnaast is
er een generieke accijnsverlaging op brandstof doorgevoerd, die vooral
een subsidie is voor autobezitters en daardoor in de eerste plaats
terechtkomt bij de mensen die dit het minst nodig hebben. Het is dan ook
niet verwonderlijk dat nu ook steeds meer mensen met een baan in de
problemen komen. Werkende armen zijn in Nederland geen nieuw fenomeen,
maar door de prijsexplosie is die groep ineens veel groter geworden. Dat
onderstreept hoe groot de groep werkenden is die – vaak zonder het zelf
goed door te hebben – eigenlijk al een hele tijd op het randje van
armoede verkeerde.
Welke toekomstige generaties?
De regering is niet van plan noodsteun te geven en al helemaal niet
om tot een structurele oplossing te komen. Rutte riep werkgevers op om
hun personeel ‘als het kan’ meer te betalen, maar dat zullen ze niet
vrijwillig doen. Dat weet de premier als voormalig manager bij Unilever
als geen ander. Kaag beweerde dat zelfs compensatie voor de stijgende
kosten niet mogelijk zou zijn zonder de kosten door te schuiven naar
‘toekomstige generaties’. Voor een bewindspersoon van een kabinet dat
niets doet om de klimaatcrisis te lijf te gaan, maar wel wil inzetten op
kernenergie en de Amelisweerd wil laten asfalteren is dat nogal een
schaamteloze opmerking. Al is schaamteloosheid ook wel het handelsmerk
van de cynische machtspolitica.
Bovendien is het eenvoudigweg niet waar. Zoals Arjen Lubach recent
liet zien, heeft dit kabinet de belasting op vermogen nog verder
verlaagd, terwijl alle regeringspartijen – leugenachtig als ze zijn – in
hun verkiezingsprogramma beloofden om die juist te verhogen. Bovendien
heeft Rutte zelf nagelaten om zelfs maar het minimale te doen om de
stelselmatige onderbetaling aan te pakken. Ondanks de FNV Voor14-
campagne, die een leefbaar minimumloon eist, weigerde de regering het
minimumloon substantieel te verhogen. Wel wil de regering de AOW
loskoppelen van het minimumloon, zodat vooral de armste ouderen straks
nog verder achterblijven.
Graaicircus
Behalve de grote problemen waar de inflatie bij veel huishoudens toe
leidt, valt nu ook de publieke sector verder uit elkaar. Afgelopen
regeringen hebben er alles aan gedaan om misbruik te maken van het feit
dat veel zorgwerkers en leerkrachten uit intrinsieke motivatie werken,
door hun lonen zover mogelijk te drukken. Er wordt al jarenlang
actiegevoerd voor een betere beloning en het terugdringen van de veel te
hoge werkdruk. Het kabinet vond dat te duur. Wel werd de zorg verder
vermarkt, waardoor allerlei zorgcowboys hun zakken konden vullen door te
frauderen. Dat wil zeggen: niet te frauderen, want zoals de Algemene
Rekenkamer in een kritisch rapport liet zien is dit soort zorgfraude
meestal niet eens strafbaar.
In de covidcrisis probeerde de regering ervoor te zorgen dat de zorg
steeds nét niet totaal overspoelde en liet zorgwerkers zo met de ellende
zitten. Een voorziening voor zorgwerkers die longcovid opliepen –
bijvoorbeeld omdat zij zich van de regering maandenlang niet mochten
beschermen tegen het coronavirus – ontbrak volkomen. Ook leerkrachten
werden aan hun lot overgelaten en onnodig aan het virus blootgesteld.
Dat in die sectoren de personeelstekorten nu oplopen, mag niet verbazen.
Zeker niet gezien het feit dat er geen einde in zicht is voor wat
betreft onderbetaling en werkdruk.
Roer om
De desintegratie van de publieke sector en de grote problemen waar
huishoudens in terechtkomen, zijn maar ten dele het gevolg van de hoge
inflatie. De huidige crisis legt ook het gevolg van decennialang
neoliberaal beleid bloot. Terwijl de publieke sector vrijwel volledig
werd vermarkt en de meest schaamteloze zakkenvullerij door de
allerrijksten werd gestimuleerd, werden werkenden doelbewust kwetsbaar
gemaakt. De lonen werden gedrukt, de armsten gecriminaliseerd. Dat
hardline neoliberalen als Kaag en Rutte nu geen poot uitsteken om de
mede door hen veroorzaakte problemen te verhelpen, mag geen wonder
heten.
Verandering moet worden afgedwongen door strijd en die moet zowel op
het politieke als op het economische niveau worden gevoerd. Op dat punt
wordt er echter door de vakbeweging en de linkse partijen verzaakt.
Gezien de inflatie is de strijd om loonsverhogingen in cao’s nu heel erg
belangrijk. Desondanks worden er nog altijd dramatisch slechte cao’s
afgesloten met jarenlange looptijden.
Er is bijvoorbeeld een onderhandelaarsakkoord bereikt voor de cao
Jeugdzorg, dat door de FNV zeer positief wordt gepresenteerd. Het gaat
echter om een cao met een looptijd van maar liefst drie jaar waarin het
personeel 2 procent meer loon krijgt over 2021, 3 procent in 2022 en
volgend jaar opnieuw 3 procent. Dat betekent dat het loon ver
achterblijft bij de inflatie – ook al die in 2021. Hoe deze cao in reële
termen uitpakt blijft de vraag, maar dat Jeugdzorgpersoneel er op deze
manier al gauw zo’n 5 tot 10 procent op achteruit gaat is wel duidelijk.
Dat is in deze tijd volstrekt onacceptabel en het feit dat de FNV dit
aan haar leden durft voor te leggen is een grof schandaal. Het roer moet
om. We moeten stoppen met het accepteren van onnodige verslechteringen,
maar de strijd aangaan voor echte verbeteringen. De woondemonstraties
gaven vorig jaar al een goed voorbeeld. Het wordt hoog tijd dat we
daarop voortbouwen.
Op socialisme.nu is een creative commons CC BY-SA licentie
van toepassing tenzij expliciet anders vermeld. Inhoud mag dus meestal
herbruikt worden mits voorzien van naam en bronverwijzing.